In Drenthe en voor een kleiner deel in Friesland ligt het Drents-friese wold, dat een grote heeft van ruim 61 km², dit natuurgebied is in het jaar 2000 benoemd tot nationaal park. Het Drents-friese wold is het op één na grootste bos in Nederland en één van de grootste natuurreservaten in de lage landen. Heidevelden, schuifduinen, vennen en ook een enkel beekdal (Vledder A) vormen het Drents-friese wold. Daarnaast zijn grote hoeveelheden kuddes van grazende schapen te bespeuren, maar ook cultuur historische esdorpen, grafheuvels en natuurlijk de hunebedden.
Een aantal plaatsen aan de rand van het Drents-friese wold zijn Diever, Doldersum, Hoogersmilde, Vledder en Wapse en in het zuidoosten van Friesland is dat Appelscha.
Geschiedenis Drents-friese wold
Het Drents-friese wold is ontstaan in de ijstijd, zoals de meeste landschappen in Nederland. De belangrijke factoren bij het ontstaan waren ijs, water en wind. Door een grote verschuiving van ijs uit het noorden zijn keien gevestigd, die later ook later voor hunebedden zijn gebruikt. Ook zijn stuwwallen gevormd en een laag potklei.
De wind heeft in een later stadium gezorgd voor de schuifduinen, zij had vrijspel op de uitgestrekte zandvlakten. Een voorbeeld van een zandvlakte met schuifduinen is Aekingerzand. De vennen zijn in tegenstelling tot de schuifduinen niet gevormd door de wind, maar door een klimaat dat warmer werd. Het ijs is hierdoor gaan smelten en dit heeft geresulteerd in vennen, welke ideaal bleken te zijn voor groeiend laagveen.
In de stroomdalen hebben zich grasbossen en moerasbossen gevormd. Op de zandgronden zijn heidevelden gevormd. In de middeleeuwen is een groot deel van de bossen en heidevelden verloren gegaan. De bossen werden gekapt, ter gunste van akkerbouw en hout is gebruikt voor bouwwerken, waarin ook hout werd gebruikt als brandstof.
De esdorpen zijn voornamelijk gelegen tussen de stroomdalen en de hoge zandruggen. Op de zandruggen waren de akkers geplaatst, ook wel essen genoemd. In de middeleeuwen heeft het voornaamste deel van de bevolking haar intreden genomen in de esdorpen in het Drents-friese wold. Deze bevolking heeft gezorgd voor verlies van het natuurlijke gezicht, want modernisering heeft geleid voor de introductie van kunstmest, maar ook voor verkaveling van het landschap.
Nationaal park Drents-friese wold
In 2000 is het Drents-friese wold benoemd tot nationaal park. In 2000 is ingezien dat het landschap waarde had, dit heeft geresulteerd in herstelwerkzaamheden, dat neerkomt op het herstellen van het oorspronkelijke landschap, dit wordt gedaan door de beheerders van het nationaal park. De beheerders willen dit realiseren door cultuurhistorische sporen onaangetast te laten en ter gelijkertijd moet de natuur geleidelijk herstellen.
Het kernwoord bij de herstelwerkzaamheden is ruimte. De herstelwerkzaamheden vinden op strategische plekken plaatst. Zowel de bossen als de stuifzandvlaktes hebben meer ruimte gekregen. De bossen kunnen hierdoor langer leven en groter worden en de stuifzandvlaktes hebben meer ruimte gekregen om te stuiven. Op de heidevelden mogen alleen typisch Drentse heideschapen grazen, dit zorgt voor de juiste conditie van de heide. Ook worden sommige heidevelden, maar ook oevers van de vennen geplagd.



